Inkomensafhankelijke combinatiekorting en co-ouderschap

Nieuws

Inkomensafhankelijke combinatiekorting en co-ouderschap

Inkomensafhankelijke combinatiekorting en co-ouderschap

bgh_contact_icon

Inkomensafhankelijke combinatiekorting en co-ouderschap

De inkomensafhankelijke combinatiekorting, IACK is een heffingskorting die is bedoeld te stimuleren dat ouders met jonge kinderen toch betaalde arbeid kunnen verrichten. In 2019 kan dit oplopen tot een netto voordeel van € 2.835. Het is hierbij van belang de voorwaarden goed na te leven.

Voorwaarden
Een van de voorwaarden is dat de belastingplichtige geen partner heeft, of dat – ingeval er wel een partner is – het arbeidsinkomen lager is dan het arbeidsinkomen van de partner. Tweede belangrijke voorwaarde is dat in het kalenderjaar op hetzelfde adres gedurende minimaal 6 maanden een kind staat ingeschreven, dat aan het begin van het betreffende jaar nog geen 12 jaar was.

Let op: inkomensafhankelijk
Het bedrag van de IACK is – zoals de naam al aangeeft – afhankelijk van het inkomen. In ieder geval moet het arbeidsinkomen minimaal € 4.993 bedragen. Tot en met 2018 was er boven dit bedrag direct recht op ruim € 1.000. Vervolgens nam het bedrag toe met 6,159% van elke euro meer arbeidsinkomen. Vanaf 2019 start men op nihil en wordt boven € 4.993 opgebouwd met 11,45%, tot maximaal € 2.835. Vooral de personen met een inkomen van net boven de € 5.000 zullen er in 2019 op achteruit gaan.

Co-ouderschap
Ingeval van echtscheiding zal het kind worden ingeschreven bij een van de ouders. Bij de andere ouder wordt dan in ieder geval niet voldaan aan de inschrijvingseis. Echter, als er sprake is van co-ouderschap kunnen toch beide ouders aanspraak maken op IACK (mits uiteraard aan de overige voorwaarden is voldaan). Daarmee kan de ouder bij wie het kind niet staat ingeschreven, dus geholpen zijn.

Per week ‘doorgaans’ drie dagen
In fiscale zin is sprake van co-ouderschap indien het kind doorgaans drie dagen per week bij iedere ouder verblijft. Dit mag de vorm hebben van iedere week drie dagen, maar geldt ook indien het kind de ene week bij de ene en de andere week bij de andere ouder is. Het woordje ‘doorgaans’ staat echter niet gelijk aan ‘gemiddeld’. Dat zit vooral in de weg als wordt gewerkt met halve dagen. In die zin besliste onlangs de belastingrechter nog. Een vader bij wie het kind per periode van 14 dagen 4 hele en 4 halve dagen verbleef (dus gemiddeld 3 dagen per week), had geen recht op de IACK. Er was immers geen enkele periode van 7 dagen te bedenken waarbinnen het kind ten minste 3 hele dagen bij de vader verblijft. De vormgeving luistert dus erg nauw! Het is dus zaak hier aandacht aan te schenken bij het opstellen van het echtscheidingsconvenant/ouderplan.

Zijn er in de tussentijd vragen neem dan contact met ons op.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op.