Aanpassingen in box 3 in 2023 en 2024
Het kabinet heeft onlangs een aantal aanpassingen in box 3 bekend gemaakt.
- Geen apart of lager forfait voor verpachte landbouwgrond en obligaties
- Geen tegenbewijsregeling als werkelijk rendement lager is
- Aandeel in vermogen VvE valt in categorie spaargeld
- Aandeel in vermogen derdenrekening notaris valt in categorie spaargeld
- Verdere uitsplitsing categorie overige bezittingen
- Geen apart forfait voor onderlinge vorderingen en schulden
- Heffingskorting groen beleggen naar 1,1%
Box 3 – Hoe zat het ook alweer?
In box 3 betaal je belasting over spaargeld en beleggingen als dit hoger is dan € 50.000 of € 100.000 als je een fiscaal partner hebt. Tot 2021 betaalde je belasting over een fictief rendement. Voor 2022 mag je gebruik maken van zowel de oude methode tot 2021, als van de nieuwe methode van 2023 t/m 2026, welke voor jou het meest gunstig uitkomt. Voor 2023 t/m 2026 geldt een Overbruggingswet en vanaf 2027 betaal je belasting over het werkelijke rendement. Lees er hier meer over.
In de Overbruggingswet wordt box 3 vermogen (spaargeld en beleggingen) belast via een forfaitaire spaarvariant. In de spaarvariant wordt uitgegaan van de werkelijke verdeling van spaargeld en beleggingen, maar elk van deze groepen heeft wel een forfaitair rendement.
- Spaargeld wordt belast op basis van de actuele spaarrente. Dit is 0% in 2022 en 0,36% in 2023.
- Schulden worden belast op basis van de hypotheekrente. Dit is 2,28% in 2022 en 2,57% in 2023.
- Overige bezittingen / beleggingen worden belast op basis van het meerjarige gemiddelde rendement. Dit is 5,53% in 2022 en 6,17% in 2023.
1. Geen apart of lager forfait voor verpachte landbouwgrond en obligaties
Het kabinet wil geen apart (lager) forfait voor verpachte landbouwgrond en voor obligaties. Verpachte landbouwgrond en obligaties vallen onder de categorie beleggingen, waarvan het forfait 6,17% is in 2023. Dit wordt als onrechtvaardig hoog ervaren, omdat op verpachte landbouwgrond een maximale pachtprijs bestaat (2%) en op obligaties een laag rendement zit.
- Voor verpachte landbouwgrond geldt geen apart of lager forfait, omdat het rendement op landbouwgrond niet alleen bestaat uit de pachtprijs, maar ook uit de waardeontwikkeling. Sinds 2012 is de waarde van landbouwgrond met gemiddeld 64% toegenomen.
- Voor obligaties geldt geen apart of lager forfait, omdat veel mensen beleggen in beleggingsfondsen. Die beleggingsfondsen zijn samengesteld uit onder andere aandelen, onroerend goed en obligaties. Het is voor banken niet mogelijk om het aandeel obligaties in beleggingsfondsen apart aan de belastingdienst door te geven. De samenstelling van deze fondsen is namelijk niet bekend en wijzigt bovendien in de tijd.
2. Geen tegenbewijsregeling als werkelijk rendement lager is
Er komt geen tegenbewijsregeling waarmee je kunt aantonen dat het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De reden hiervoor is dat deze regeling selectief gebruikt zou worden, dus alleen in de jaren dat het werkelijk rendement lager is dan het forfaitaire rendement. En daarnaast doet het een groot beroep op de capaciteit in de uitvoering bij de belastingdienst.
3. Aandeel in vermogen VvE valt in categorie spaargeld
Een aandeel in het vermogen van een VvE valt in de categorie spaargeld/banktegoeden vanaf 2023, in plaats van in de categorie beleggingen.
4. Aandeel in vermogen derdenrekening notaris valt in categorie spaargeld
Een aandeel in het vermogen op een derdenrekening bij een notaris valt ook in de categorie spaargeld/banktegoeden vanaf 2023, in plaats van in de categorie beleggingen.
5. Verdere uitsplitsing categorie overige bezittingen
Er komt wellicht een uitsplitsing van de categorie beleggingen / overige bezittingen. Vanaf 2024 zouden dan de categorieën effecten, onroerende zaken, kapitaalverzekeringen, periodieke uitkeringen, belastbaar nettopensioen en belastbare nettolijfrente en overige bezittingen elk hun eigen forfaitair rendement krijgen.
6. Geen apart forfait voor onderlinge vorderingen en schulden
Onderlinge vorderingen en schulden tussen fiscale partners die in een gezamenlijke aangifte inkomstenbelasting opgenomen zouden moeten worden, hoeven niet meer in de aangifte te worden vermeld vanaf 2023. Dat geldt ook voor onderlinge vorderingen en schulden tussen ouders en een minderjarig kind, bijvoorbeeld als het inkomen van het minderjarige kind aan de ouders wordt toegerekend.
Vanaf 2024 komt er een apart forfait voor vorderingen dat gelijk is aan het forfait voor schulden vanaf 2024. Het kabinet onderzoekt nog dit alleen geldt voor geldleningen of alleen voor geldleningen tussen natuurlijke personen.
Hierdoor is bijvoorbeeld een lening van een ouder aan een kind bij de ouder in box 3 tegen hetzelfde forfait belast als de schuld bij het kind. Op dit moment valt de vordering van de ouder in de categorie beleggingen tegen een forfaitair rendement van 6,17%. De schuld van het kind valt echter in box 3 tegen een veel lager forfaitair rendement van 2,57%.
7. Heffingskorting groen beleggen naar 1,1%
Om groen sparen en groen beleggen te stimuleren, geldt een box 3-vrijstelling van € 65.072 per persoon in 2023. Voor fiscale partners is dit € 130.144. Daarnaast geldt een heffingskorting van 0,7% van het vrijgestelde bedrag. Dit is een tegemoetkoming voor het lagere rendement op dit soort groene producten. De regeling kan voor groen sparen minder aantrekkelijk worden omdat, gezien de lage forfaitaire rendementen op banktegoeden, de vrijstelling minder belangrijk is. Om ook voor spaarders de prikkel om groen sparen te behouden, wordt de heffingskorting vanaf 2024 wellicht tijdelijk verhoogd van 0,7% naar 1,1%.
Heb je hier nog vragen over, neem dan contact met ons op.
Martijn Vermunt
Partner
info@bghaccountants.nl
-
Martijn Vermunt Partner

